Klassieke talen

Latijn en Grieks zijn vakken die je op het vwo vanaf de tweede klas kunt volgen. Dan doe je gymnasium. Naast talen worden hier onderwerpen als geschiedenis, beeldhouwkunst en literatuur, maar ook het dagelijks leven in de oudheid behandeld. Klik op de onderwerpen hieronder om meer te lezen.

Digitaal lesmateriaal

Je werkt op De Nassau bij de klassieke talen niet met een boek, maar met de lesmethode op de tablet.
Ieder hoofdstuk bestaat steeds uit een aantal onderdelen:
– Een hoofdstuk bestaat uit een aantal teksten in het Latijn/Grieks die je vertaalt. Je kunt in de methode met kleurtjes in de tekst werken en de vertaling in de tussenregels schrijven, zodat je alles bij elkaar hebt.
– Een hoofdstuk bestaat uit Nederlandse teksten over de cultuur.
– Een hoofdstuk bestaat soms uit een Latijnse/Griekse tekst met de Nederlandse vertaling erbij. Deze tekst is dan altijd een tandje moeilijker dan je zelf kunt vertalen. Je wordt dus uitgedaagd en ziet meteen wat er aan het eind van je gymnasiumopleiding van je wordt verwacht.
– Een hoofdstuk bestaat uit uitleg over de grammatica, soms met een uitlegfilmpje erbij zodat je een uitleg nog rustig terug kan kijken.
– Een hoofdstuk bestaat uit oefeningetjes met de woorden en grammatica die je meteen zelf na kan kijken. Je weet dus snel of je het goed genoeg doet!

Tot slot is er een ingebouwd overhoorprogramma voor onder andere het leren van woordjes.

Vakinformatie

Leerlingen vragen zich vaak af wat ze eigenlijk aan de klassieke talen hebben. De talen worden namelijk nauwelijks meer gesproken. Toch zorgt de kennis van klassieke talen voor een voordeel bij veel verschillende vakken. Niet alleen bij andere talen, maar ook bij biologie of scheikunde komen de klassieke talen goed van pas. Veel wetenschappelijke termen komen uit het Latijn of Grieks.

Daarnaast leer je heel veel over de Griekse en Romeinse cultuur die nog steeds een rol spelen in de huidige Westerse cultuur. De oude Grieken waren de grondleggers van filosofie, politiek, wiskunde, rechtspraak en nog veel meer.

Dit betekent dat je via de teksten die je leest steeds een ander aspect van de cultuur meekrijgt.
In de tweede klas ben je vooral bezig met mythen over goden en helden. In de derde klas leer je meer over de politiek, zoals over de Romeinse keizers.

In de bovenbouw lees je iedere periode werk van een andere schrijver en leer je bijvoorbeeld over retorica (hoe kan je een tekst zo schrijven dat hij heel overtuigend is?) en over filosofie (wat betekent het om een goed leven te leiden?). De oude Grieken en Romeinen dachten daar veel over na en jij wordt als leerling uitgenodigd om daar ook over na te denken.